16.10.2020

Vijf to-do’s voor een verwarming in topvorm

Vijf to-do’s voor een verwarming in topvorm
Een verwarmingsketel die het laat afweten op de koudste dagen, gezellig is anders. Maar welke stappen moet je ondernemen om je verwarming de hele winter in topvorm te houden? Het allerbelangrijkste is een goed onderhoud. Met deze slimme tips zit je deze winter alvast niet in de kou.

Laat je verwarmingsketel nakijken
Gasketels moeten in Vlaanderen en Brussel om de twee jaar gecontroleerd worden, in Wallonië is dat om de drie jaar. Met een goed onderhouden verwarmingsketel voorkom je pannes en ben je zeker van optimale prestaties. Meer nog, dit helpt je de gevaren van koolstofmonoxide te vermijden. Tip: wacht niet tot het volop winter is en alle verwarmingstechnici volgeboekt zijn.

Warmteboiler op 60°C
Velen verhogen de temperatuur van hun boiler in de winter naar 70°C, maar dat is geen goed idee. 60°C is meer dan voldoende. Meer nog, bij een lagere temperatuur is er minder kalkaanslag, is er minder risico op panne en gaat je boiler langer mee. Een temperatuur lager dan 60°C is dan weer af te raden, omdat kiemen en bacteriën niet gedood worden.

Controleer de druk
De waterdruk in je verwarmingsketel moet altijd optimaal zijn en dat is tussen 1 en 2 bar. De wijzer van de manometer moet zich altijd in de groene zone bevinden. Bij te hoge druk kan schade optreden, bij te lage druk zal de verwarming minder goed werken. Let op: bij bepaalde installaties zie je een vast rood wijzertje dat aangeeft onder welke druklimiet je niet mag zakken. Dat is dus niet de druk die je moet halen, maar wel de minimumdruk die je moet respecteren.

Ontlucht de radiatoren
Na een lange tijd in de zomermaanden niet te zijn gebruikt, kan er lucht in je radiatoren blijven zitten. Daardoor kunnen ze lawaai maken en verwarmen ze niet overal even goed. Het is daarom belangrijk om je radiatoren te ontluchten. Dat doe je in enkele eenvoudige stappen: laat de radiatoren vijftien minuten opwarmen, zet daarna de verwarmingsketel af en laat tien minuten afkoelen. Draai de radiatoren open met een schroevendraaier en vang het eventuele water dat eruit loopt op. Verhoog daarna de druk op de verwarmingsketel. Eenmaal ontlucht, moet je de radiatoren ook afstoffen, dat is een eenvoudige klus die echter vaak wordt vergeten. Zo kan de warmte zich in de ruimte verspreiden zonder te blijven vastzitten.

Pas de thermostaat en thermostatische kranen aan
Controleer of de programmering van je thermostaat nog up-to-date is. Het heeft geen zin om de verwarming op 21 °C in te stellen als er niemand thuis is. Als je thuis bent, is voor de meeste mensen 20-21°C de ideale gevoelstemperatuur voor de leefruimte, 17-18°C voor de slaapkamers en 22°C voor de badkamer. Vergeet ook de thermostatische kranen niet. De voeler regelt het warmtedebiet dat door de radiatoren circuleert. Stand 1 komt in het algemeen overeen met 15 °C, stand 2 met 17 °C, stand 3 met 19 tot 20 °C en stand 4 met 22 °C. Let echter goed op dat de kleppen in de ruimte waar de thermostaat zich bevindt, altijd maximaal openstaan. Als je deze kleppen op 3 zet (19-20 °C), en de omgevingsthermostaat staat op 21 °C ingesteld, dan zal de verwarmingsketel constant blijven draaien om deze temperatuur proberen te behalen.

CO2 vervuiling Nieuws Verwarmen op gas